• Zomergerst Irina 12 4

Beknopte geschiedenis van gerst in de Lage Landen
door Freek Ruis

Gerst speelde aanvankelijk geen grote rol in de Lage Landen, die rol werd gespeeld door rogge en tarwe voor het brood en haver voor bier. Er bestond in de late middeleeuwen een vrij strikte verdeling van granen vastgesteld door stadsbesturen en uitgevoerd door de drie gilden die daar mee te maken hadden; de molenaars, bakkers en brouwers.

Vanaf de 14e eeuw wordt bier deels gebrouwen met gerst; we zien dan vaak een verhouding van 3-2-1, met drie delen haver, twee delen gerst en één deel tarwe. Dat is de samenstelling van kuitbier; eeuwenlang de belangrijkste soort. Ook is er (naast het rogge- en tarwebrood) gerstebrood dat dan juist uitsluitend met gerst moet worden gemaakt. Langzaam wordt de rol van gerst steeds belangrijker. In 'Den Nieuwen Herbarius' van Leonhaert Fuchs (1543) is sprake van winter- en zomergerst.

Kruydtboeck p33 1581
Kruydtboeck van Matthijs De L'Obel uit 1581

Matthijs De L'Obel beschrijft in zijn Kruydtboeck (1581) dat juist wintergerst veelal wordt gebruikt om er mout van te maken, naar we mogen aannemen voor bier. Wouter van Lis schrijft in zijn boek 'Brouwkunde' medio 18e eeuw nog steeds; 'Nochthans wordt de Wintergerst tot het maken van Mout, om Bier mede te brouwen, dat men bewaren wil, best geoordeelt'. Het is dan inmiddels de belangrijkste graansoort voor bierbereiding geworden.

Eveneens medio 18e eeuw komt Carl Linnaeus met zijn Species plantarum, dat geldt als beginpunt van de botanische nomenclatuur (het op systematische wijze benoemen). Speltige Gerst; Hordeum Zeocriton wordt vanaf die tijd regelmatig genoemd als zijnde geschikt voor het mouten en bierbrouwen. Halverwege 19e eeuw is er de opkomst van Chevallier-gerst die vanaf die tijd de voorkeur voor het maken van bier heeft. Eind 19e eeuw is de opkomst van wetenschappelijke zaadveredeling en in de loop van de 20e eeuw wordt begonnen met de veredeling van gerstrassen speciaal gericht op een maximale opbrengst en het gebruik voor vrijwel de enige biersoort die overbleef; het pilsener bier.

brouwgerst 1932
Veredeling van brouwgerst in de 20e eeuw

graanrepubliek black